Grote almacht in het kleine begin
Psalm 139:13: ‘Want Ú hebt mijn nieren geschapen, mij in de schoot van mijn moeder geweven.’
Als iets duidelijk klinkt in Psalm 139, is het Gods alwetendheid en Zijn almacht. De psalm begint met het eerste: de HEERE Die mij doorgrondt en kent en met mijn wegen vertrouwd is. Die alwetendheid maakt ons klein, vult ons met diep ontzag. We kunnen God niet ontlopen. Voor de gelovige geeft dat rust: vanuit de vergeving die Jezus bracht, weten we dat God ons genadig ziet. We verdwalen niet in ons leven, God vindt ons overal. Er klinkt ook het gebed: als U, God alles ziet en weet, breng mij dan ook van verkeerde wegen af en leidt mij op de goede weg.
Het tweede wat klinkt in Psalm 139 is Gods almacht. En het is bijzonder hoe de dichter juist de almacht van God laat zien. Veel mensen raken onder de indruk van Gods almacht in het grote. Bijvoorbeeld in de natuur, het imponerende van de bergen. Onder de indruk van wat we zien. Maar de dichter ziet Gods almacht in het kleine, in wat hij juist niet kan zien.
De onpeilbaar grote almacht van God die zichtbaar wordt in het microscopisch kleine begin van ons leven. Tegenwoordig kunnen wij met een echo iets van dat begin zien. David kon dat niet. Hij wist daar verder ook niet alles van maar wist wel van Gods alwetendheid en almacht. En zo wist hij dat God aan het begin stond. Van zijn leven. Van het leven.
Het is waardevol en belangrijk om zo vanuit Ps. 139 naar het begin van ons leven en het begin van alle leven te kijken. Juist in een wereld waarin veel maakbaar is. Dat begin van het leven soms ook zo maakbaar wordt, door planning en technieken. Het leven komt vanuit God. Hij staat aan het begin. Het is en hoort in Zijn hand.
Dat niet alles door mensenhanden maakbaar is, weten we ook bij de pijn en het (terugkerende) verdriet als dat begin van leven wel gewild is, maar niet komt. Het is iets van het onbegrijpelijke van God. In Psalm 139 zorgt die onbegrijpelijkheid voor verwondering en verheven spreken over God. Maar juist als dit of ander lijden ons treft, blijft een gelovige soms ook verbijsterd. De taal van Psalm 139 heeft veel overeenkomsten met de taal van het boek Job. Gods almacht en alwetendheid maken ons klein. Maar ook geborgen. Er is midden in een schijnbaar maakbare wereld, die wij met alle inzet niet uit zijn lijden kunnen verlossen, geen betere plek dan bij Hem te zijn. Schepper, Verlosser én Vernieuwer.
ds. H.P. Brendeke (Bron: website Hervormd Putten)